Jezus antwoordde: "Wie van het water uit deze put drinkt, krijgt weer dorst.
Maar wie van het water drinkt dat Ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen.
Dat water zal in hem als een fontein worden, waaruit eeuwig leven voortkomt."
De vrouw zei: "Here, geef mij van dat water, dan zal ik nooit meer dorst krijgen
en hier geen water meer hoeven te putten".
Wat een wanhoopskreet: God help!! Veel mensen hebben in hun leven geen hoop. Veel mensen zijn zoekende, leven in een stuk wanhoop.
Jezus zelf bracht ook deze hoop bij mensen. Dat was zijn grote passie, zijn verlangen om mensen die hopeloos waren weer hoop te geven. Op een keer was Hij op weg van Judea naar Galilea. De kortste weg is dan door Samaria. Dat is niet een weg die je als Jood vanzelfsprekend ingaat, omdat Joden en Samaritanen over het algemeen in vijandschap met elkaar leefden in die tijd. Na een tocht was Jezus wat vermoeid en dorstig. Hij ging zitten bij een bron. Er kwam een vrouw aan met een kruik. Zij kwam op het heetste tijdstip van de dag. Leeg is zo'n kruik al zwaar, laat staan dat je die kruik vult met water en daar weer mee naar huis moet. Het feit dat deze vrouw op het heetste tijdstip van de dag kwam, zegt iets over deze vrouw. Later blijkt dat ze een immorele leven had. Ze was een out-cast. Ze werd niet geaccepteerd door haar volk, door haar mensen. Normaal gesproken put je water in de ochtend of in de avond, maar niet op het heetste tijdstip van de dag.
Jezus spreekt deze vrouw toe en begint een normaal gesprek met haar. Maar in haar ogen ziet Hij dorst. Hij ziet dat deze vrouw verlangt naar iets in haar leven wat ze waarschijnlijk zelf niet eens weet. Hij doorbreekt een aantal barrières op dat moment: Hij spreekt een Samaritaan aan, ook nog eens een vrouw -in die cultuur was het niet normaal dat een man een vrouw aansprak - en ze was ook nog eens een immorele vrouw. Dat is de houding, het karakter van Jezus. Hij is later veel beschuldigd van het feit dat Hij met dit soort mensen omging. Op een bepaald moment wordt er van Hem gezegd: Hij is een vriend van tollenaars, van slechte mensen en hoeren. Tollenaar is een begrip wat wij niet zo goed meer kennen, maar je zou het kunnen vergelijken met collaborateurs; mensen die in de oorlog met de vijand samenwerken. Deze mensen hadden maffia-achtige praktijken, die persten hun eigen volk af om daar zelf beter van te worden. Jezus heeft nooit ontkent dat Hij met deze mensen omging. Hij zocht juist deze mensen op. Hij had oprecht belangstelling voor hen. Hij zag hun hopeloosheid en wilde hoop in hun leven geven. Jezus wil de mensen thuisbrengen bij zijn Vader. Dat doet Hij niet door tegen ze te preken of ze te veroordelen, nee, dat doet Hij door ze lief te hebben. Hij zei niet tegen deze Samaritaanse vrouw: Jonge dame, begrijp je wel dat je iets zeer immoreels doet door met een man samen te leven die niet je echtgenoot is! Hij zei in feite: Ik merk dat je grote dorst hebt. Vervolgens vertelt Jezus haar dat het water dat ze nu dronk haar dorst nooit volkomen zou kunnen lessen. Hij zei: Ik heb een water te drinken wat je dorst voor altijd zal lessen.
Wie dorst heeft komt en drinkt van het levend water
Jezus antwoordde: "Wie van het water uit deze put drinkt, krijgt weer dorst. Maar wie van het water drinkt dat Ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Dat water zal in hem als een fontein worden, waaruit eeuwig leven voortkomt." De vrouw zei: "Here, geef mij van dat water, dan zal ik nooit meer dorst krijgen en hier geen water meer hoeven te putten".
Wat een wanhoopskreet: God help!! Veel mensen hebben in hun leven geen hoop. Veel mensen zijn zoekende, leven in een stuk wanhoop. Om die reden is onze jeugd afgelopen zomer naar Praag geweest om daar aan mensen op straat te vertellen dat er in je wanhoop een hoop is: Jezus Christus. En met succes. Ze hebben daar het evangelie mogen brengen. Ze hebben daar de liefde van God mogen laten zien aan mensen. Er zijn ruim honderd mensen tot geloof gekomen, die ervoor gekozen hebben om een volgeling van Jezus te worden.
Jezus zelf bracht ook deze hoop bij mensen. Dat was zijn grote passie, zijn verlangen om mensen die hopeloos waren weer hoop te geven. Op een keer was Hij op weg van Judea naar Galilea. De kortste weg is dan door Samaria. Dat is niet een weg die je als Jood vanzelfsprekend ingaat, omdat Joden en Samaritanen over het algemeen in vijandschap met elkaar leefden in die tijd. Na een tocht was Jezus wat vermoeid en dorstig. Hij ging zitten bij een bron. Er kwam een vrouw aan met een kruik. Zij kwam op het heetste tijdstip van de dag. Leeg is zo'n kruik al zwaar, laat staan dat je die kruik vult met water en daar weer mee naar huis moet. Het feit dat deze vrouw op het heetste tijdstip van de dag kwam, zegt iets over deze vrouw. Later blijkt dat ze een immorele leven had. Ze was een out-cast. Ze werd niet geaccepteerd door haar volk, door haar mensen. Normaal gesproken put je water in de ochtend of in de avond, maar niet op het heetste tijdstip van de dag.
Jezus spreekt deze vrouw toe en begint een normaal gesprek met haar. Maar in haar ogen ziet Hij dorst. Hij ziet dat deze vrouw verlangt naar iets in haar leven wat ze waarschijnlijk zelf niet eens weet. Hij doorbreekt een aantal barrières op dat moment: Hij spreekt een Samaritaan aan, ook nog eens een vrouw -in die cultuur was het niet normaal dat een man een vrouw aansprak - en ze was ook nog eens een immorele vrouw. Dat is de houding, het karakter van Jezus. Hij is later veel beschuldigd van het feit dat Hij met dit soort mensen omging. Op een bepaald moment wordt er van Hem gezegd: Hij is een vriend van tollenaars, van slechte mensen en hoeren. Tollenaar is een begrip wat wij niet zo goed meer kennen, maar je zou het kunnen vergelijken met collaborateurs; mensen die in de oorlog met de vijand samenwerken. Deze mensen hadden maffia-achtige praktijken, die persten hun eigen volk af om daar zelf beter van te worden. Jezus heeft nooit ontkent dat Hij met deze mensen omging. Hij zocht juist deze mensen op. Hij had oprecht belangstelling voor hen. Hij zag hun hopeloosheid en wilde hoop in hun leven geven. Jezus wil de mensen thuisbrengen bij zijn Vader. Dat doet Hij niet door tegen ze te preken of ze te veroordelen, nee, dat doet Hij door ze lief te hebben. Hij zei niet tegen deze Samaritaanse vrouw: Jonge dame, begrijp je wel dat je iets zeer immoreels doet door met een man samen te leven die niet je echtgenoot is! Hij zei in feite: Ik merk dat je grote dorst hebt. Vervolgens vertelt Jezus haar dat het water dat ze nu dronk haar dorst nooit volkomen zou kunnen lessen. Hij zei: Ik heb een water te drinken wat je dorst voor altijd zal lessen.
Wat een houding. Wat een verschil met de discipelen en de volgelingen van Jezus. Want toen die ook bij die bron kwamen en deze vrouw zagen, zegt onze vertaling dat ze zich afvroegen waarom Jezus met een vrouw sprak. Ze waren verwonderd. Dat deed je niet. De engelse vertaling zegt: op dat moment kwamen de discipelen terug en waren geshockeerd. Ze konden niet geloven dat Jezus met zo'n vrouw sprak. Niemand zei wat hij dacht, maar hun gezichten spraken boekdelen. De vrouw begreep de hint en vertrok. In haar verwarring vergat ze de kruik met water. De volgelingen van Jezus veroordeelden en verwierpen haar. Misschien heeft u thuis ook wel zoiets meegemaakt. Dat volgelingen van Jezus, christenen, u veroordeelden of dat de kerk u veroordeelde. Maar dat is niet het hart, het wezen van Jezus. Jezus zoekt mensen op. Als Jezus mensen ontmoet die verkeerde dingen in hun leven doen, dan kijkt Hij op een andere manier dan wij dat doen. De priester Henri Nouwen had eens verschillende centra in Sant Francisco bezocht waar aids-patiënten werden verpleegd. Hij was diep ontroerd vanwege hun verhalen. Hij zei het volgende: Ze verlangen zo hevig naar liefde dat het hen letterlijk doodt. Hij zag hen als dorstige mensen die naar het verkeerde soort water smachten.
Misschien zit u ook wel met een enorme dorst. En u heeft geprobeerd uw dorst op allerlei manier te lessen. Jezus kijkt op dit moment naar u met ogen van liefde en aanvaarding en wil tegen u zeggen, duidelijk maken: Ik kan elke dorst in jouw leven lessen. Daar is Jezus voor gekomen.
Alleen Jezus kan je dorst kan lessen. Jezus zegt: Wie het water drinkt dat ik hem geef, zal nooit meer dorst hebben. Het water dat Ik hem geef zal een bron in hem worden waaruit water opborrelt dat eeuwig leven geeft. Die dorst wordt niet gelesd door religie, zelfs niet door christelijke religie. Het gaan naar een kerk of het lezen van je bijbel kan die dorst niet lessen. Jezus zelf zegt in Johannes 5: U onderzoekt de schrift opdat u daarin eeuwig leven denkt te vinden, maar die schrift, zegt Hij, getuigt van Mij. En toch wilt ge niet bij Mij komen om leven te vinden. Je kunt je levenlang naar de kerk gaan en toch dorst blijven hebben. Die dorst wordt alleen gelesd door een persoonlijke relatie met Jezus Christus. Veel mensen weten iets over God, sommigen weten heel veel over God. Er zijn zelfs theologen die boeken over God schrijven, hele ingewikkelde diepgravende boeken. Maar het zegt me helemaal niets, kennen ze God werkelijk? Daar gaat het om. Met kennen bedoel ik: een intieme relatie hebben
In de bijbel zien we verschillende namen voor God. Eén van de mooiste namen, elk naam drukt een karakter, een wezen van God uit, is: God de Almachtige. In het Hebreeuws staat daar: El Shaddai. Dat betekent in diepste zin: de Algenoegzame. Dat is een beetje een moeilijk woord. Maar dat betekent: de God die meer dan genoeg is. En Shaddai is afgeleid van het woord Shad en dat betekent: moederborst. Aan de borst van een moeder ervaart een kind veiligheid en geborgenheid, warmte, liefde, krijgt daar voeding. God zegt in die naam eigenlijk: Ik ben de God die in staat is om jou liefde, warmte, geborgenheid en veiligheid te geven. Ik ben de God die in staat is om je alles te geven wat je nodig hebt. U heeft misschien dorst. U heeft op allerlei manieren geprobeerd die dorst te lessen. U bent naar de kerk gegaan misschien. U heeft misschien zelfs heel veel in de bijbel gelezen. Misschien heeft u het op andere manieren geprobeerd.
Jezus Christus zegt tegen u: Alleen Ik kan je diepste dorst in je leven lessen.
Liefdevolle Vader, we komen zo samen bij U. Heer, ik kom bij U met al die mensen die net als ik zo lang gezocht hebben naar iets wat echte vervulling in hun leven zou geven. Heer, ik kom bij U met al die mensen die hun dorst proberen te lessen op allerlei manieren. Ik bid U op dit moment, dat U mensen de moed geeft - want er is soms moed voor nodig - om te erkennen dat ze een God nodig hebben, dat ze iets nodig hebben buiten henzelf om te erkennen dat ze niet in staat zijn om zelf die dorst te stillen. Heer, ik bid U, dat mensen de moed zullen hebben op dit moment om neer te buigen, om neer te knielen en om het uit te roepen naar een God die zegt: Ik ben God Almachtig, Ik ben El Shaddai. Ik ben de God die in elke nood in jou leven kan voorzien. Geef je over aan mij. Dat zijn de woorden van Jezus op dit moment voor uw leven. In Jezus naam, amen.
Maar wie van het water drinkt dat Ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen.
Dat water zal in hem als een fontein worden, waaruit eeuwig leven voortkomt."
De vrouw zei: "Here, geef mij van dat water, dan zal ik nooit meer dorst krijgen
en hier geen water meer hoeven te putten".
Wat een wanhoopskreet: God help!! Veel mensen hebben in hun leven geen hoop. Veel mensen zijn zoekende, leven in een stuk wanhoop.
Jezus zelf bracht ook deze hoop bij mensen. Dat was zijn grote passie, zijn verlangen om mensen die hopeloos waren weer hoop te geven. Op een keer was Hij op weg van Judea naar Galilea. De kortste weg is dan door Samaria. Dat is niet een weg die je als Jood vanzelfsprekend ingaat, omdat Joden en Samaritanen over het algemeen in vijandschap met elkaar leefden in die tijd. Na een tocht was Jezus wat vermoeid en dorstig. Hij ging zitten bij een bron. Er kwam een vrouw aan met een kruik. Zij kwam op het heetste tijdstip van de dag. Leeg is zo'n kruik al zwaar, laat staan dat je die kruik vult met water en daar weer mee naar huis moet. Het feit dat deze vrouw op het heetste tijdstip van de dag kwam, zegt iets over deze vrouw. Later blijkt dat ze een immorele leven had. Ze was een out-cast. Ze werd niet geaccepteerd door haar volk, door haar mensen. Normaal gesproken put je water in de ochtend of in de avond, maar niet op het heetste tijdstip van de dag.
Jezus spreekt deze vrouw toe en begint een normaal gesprek met haar. Maar in haar ogen ziet Hij dorst. Hij ziet dat deze vrouw verlangt naar iets in haar leven wat ze waarschijnlijk zelf niet eens weet. Hij doorbreekt een aantal barrières op dat moment: Hij spreekt een Samaritaan aan, ook nog eens een vrouw -in die cultuur was het niet normaal dat een man een vrouw aansprak - en ze was ook nog eens een immorele vrouw. Dat is de houding, het karakter van Jezus. Hij is later veel beschuldigd van het feit dat Hij met dit soort mensen omging. Op een bepaald moment wordt er van Hem gezegd: Hij is een vriend van tollenaars, van slechte mensen en hoeren. Tollenaar is een begrip wat wij niet zo goed meer kennen, maar je zou het kunnen vergelijken met collaborateurs; mensen die in de oorlog met de vijand samenwerken. Deze mensen hadden maffia-achtige praktijken, die persten hun eigen volk af om daar zelf beter van te worden. Jezus heeft nooit ontkent dat Hij met deze mensen omging. Hij zocht juist deze mensen op. Hij had oprecht belangstelling voor hen. Hij zag hun hopeloosheid en wilde hoop in hun leven geven. Jezus wil de mensen thuisbrengen bij zijn Vader. Dat doet Hij niet door tegen ze te preken of ze te veroordelen, nee, dat doet Hij door ze lief te hebben. Hij zei niet tegen deze Samaritaanse vrouw: Jonge dame, begrijp je wel dat je iets zeer immoreels doet door met een man samen te leven die niet je echtgenoot is! Hij zei in feite: Ik merk dat je grote dorst hebt. Vervolgens vertelt Jezus haar dat het water dat ze nu dronk haar dorst nooit volkomen zou kunnen lessen. Hij zei: Ik heb een water te drinken wat je dorst voor altijd zal lessen.
Wie dorst heeft komt en drinkt van het levend water
Jezus antwoordde: "Wie van het water uit deze put drinkt, krijgt weer dorst. Maar wie van het water drinkt dat Ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Dat water zal in hem als een fontein worden, waaruit eeuwig leven voortkomt." De vrouw zei: "Here, geef mij van dat water, dan zal ik nooit meer dorst krijgen en hier geen water meer hoeven te putten".
Wat een wanhoopskreet: God help!! Veel mensen hebben in hun leven geen hoop. Veel mensen zijn zoekende, leven in een stuk wanhoop. Om die reden is onze jeugd afgelopen zomer naar Praag geweest om daar aan mensen op straat te vertellen dat er in je wanhoop een hoop is: Jezus Christus. En met succes. Ze hebben daar het evangelie mogen brengen. Ze hebben daar de liefde van God mogen laten zien aan mensen. Er zijn ruim honderd mensen tot geloof gekomen, die ervoor gekozen hebben om een volgeling van Jezus te worden.
Jezus zelf bracht ook deze hoop bij mensen. Dat was zijn grote passie, zijn verlangen om mensen die hopeloos waren weer hoop te geven. Op een keer was Hij op weg van Judea naar Galilea. De kortste weg is dan door Samaria. Dat is niet een weg die je als Jood vanzelfsprekend ingaat, omdat Joden en Samaritanen over het algemeen in vijandschap met elkaar leefden in die tijd. Na een tocht was Jezus wat vermoeid en dorstig. Hij ging zitten bij een bron. Er kwam een vrouw aan met een kruik. Zij kwam op het heetste tijdstip van de dag. Leeg is zo'n kruik al zwaar, laat staan dat je die kruik vult met water en daar weer mee naar huis moet. Het feit dat deze vrouw op het heetste tijdstip van de dag kwam, zegt iets over deze vrouw. Later blijkt dat ze een immorele leven had. Ze was een out-cast. Ze werd niet geaccepteerd door haar volk, door haar mensen. Normaal gesproken put je water in de ochtend of in de avond, maar niet op het heetste tijdstip van de dag.
Jezus spreekt deze vrouw toe en begint een normaal gesprek met haar. Maar in haar ogen ziet Hij dorst. Hij ziet dat deze vrouw verlangt naar iets in haar leven wat ze waarschijnlijk zelf niet eens weet. Hij doorbreekt een aantal barrières op dat moment: Hij spreekt een Samaritaan aan, ook nog eens een vrouw -in die cultuur was het niet normaal dat een man een vrouw aansprak - en ze was ook nog eens een immorele vrouw. Dat is de houding, het karakter van Jezus. Hij is later veel beschuldigd van het feit dat Hij met dit soort mensen omging. Op een bepaald moment wordt er van Hem gezegd: Hij is een vriend van tollenaars, van slechte mensen en hoeren. Tollenaar is een begrip wat wij niet zo goed meer kennen, maar je zou het kunnen vergelijken met collaborateurs; mensen die in de oorlog met de vijand samenwerken. Deze mensen hadden maffia-achtige praktijken, die persten hun eigen volk af om daar zelf beter van te worden. Jezus heeft nooit ontkent dat Hij met deze mensen omging. Hij zocht juist deze mensen op. Hij had oprecht belangstelling voor hen. Hij zag hun hopeloosheid en wilde hoop in hun leven geven. Jezus wil de mensen thuisbrengen bij zijn Vader. Dat doet Hij niet door tegen ze te preken of ze te veroordelen, nee, dat doet Hij door ze lief te hebben. Hij zei niet tegen deze Samaritaanse vrouw: Jonge dame, begrijp je wel dat je iets zeer immoreels doet door met een man samen te leven die niet je echtgenoot is! Hij zei in feite: Ik merk dat je grote dorst hebt. Vervolgens vertelt Jezus haar dat het water dat ze nu dronk haar dorst nooit volkomen zou kunnen lessen. Hij zei: Ik heb een water te drinken wat je dorst voor altijd zal lessen.
Wat een houding. Wat een verschil met de discipelen en de volgelingen van Jezus. Want toen die ook bij die bron kwamen en deze vrouw zagen, zegt onze vertaling dat ze zich afvroegen waarom Jezus met een vrouw sprak. Ze waren verwonderd. Dat deed je niet. De engelse vertaling zegt: op dat moment kwamen de discipelen terug en waren geshockeerd. Ze konden niet geloven dat Jezus met zo'n vrouw sprak. Niemand zei wat hij dacht, maar hun gezichten spraken boekdelen. De vrouw begreep de hint en vertrok. In haar verwarring vergat ze de kruik met water. De volgelingen van Jezus veroordeelden en verwierpen haar. Misschien heeft u thuis ook wel zoiets meegemaakt. Dat volgelingen van Jezus, christenen, u veroordeelden of dat de kerk u veroordeelde. Maar dat is niet het hart, het wezen van Jezus. Jezus zoekt mensen op. Als Jezus mensen ontmoet die verkeerde dingen in hun leven doen, dan kijkt Hij op een andere manier dan wij dat doen. De priester Henri Nouwen had eens verschillende centra in Sant Francisco bezocht waar aids-patiënten werden verpleegd. Hij was diep ontroerd vanwege hun verhalen. Hij zei het volgende: Ze verlangen zo hevig naar liefde dat het hen letterlijk doodt. Hij zag hen als dorstige mensen die naar het verkeerde soort water smachten.
Misschien zit u ook wel met een enorme dorst. En u heeft geprobeerd uw dorst op allerlei manier te lessen. Jezus kijkt op dit moment naar u met ogen van liefde en aanvaarding en wil tegen u zeggen, duidelijk maken: Ik kan elke dorst in jouw leven lessen. Daar is Jezus voor gekomen.
Alleen Jezus kan je dorst kan lessen. Jezus zegt: Wie het water drinkt dat ik hem geef, zal nooit meer dorst hebben. Het water dat Ik hem geef zal een bron in hem worden waaruit water opborrelt dat eeuwig leven geeft. Die dorst wordt niet gelesd door religie, zelfs niet door christelijke religie. Het gaan naar een kerk of het lezen van je bijbel kan die dorst niet lessen. Jezus zelf zegt in Johannes 5: U onderzoekt de schrift opdat u daarin eeuwig leven denkt te vinden, maar die schrift, zegt Hij, getuigt van Mij. En toch wilt ge niet bij Mij komen om leven te vinden. Je kunt je levenlang naar de kerk gaan en toch dorst blijven hebben. Die dorst wordt alleen gelesd door een persoonlijke relatie met Jezus Christus. Veel mensen weten iets over God, sommigen weten heel veel over God. Er zijn zelfs theologen die boeken over God schrijven, hele ingewikkelde diepgravende boeken. Maar het zegt me helemaal niets, kennen ze God werkelijk? Daar gaat het om. Met kennen bedoel ik: een intieme relatie hebben
In de bijbel zien we verschillende namen voor God. Eén van de mooiste namen, elk naam drukt een karakter, een wezen van God uit, is: God de Almachtige. In het Hebreeuws staat daar: El Shaddai. Dat betekent in diepste zin: de Algenoegzame. Dat is een beetje een moeilijk woord. Maar dat betekent: de God die meer dan genoeg is. En Shaddai is afgeleid van het woord Shad en dat betekent: moederborst. Aan de borst van een moeder ervaart een kind veiligheid en geborgenheid, warmte, liefde, krijgt daar voeding. God zegt in die naam eigenlijk: Ik ben de God die in staat is om jou liefde, warmte, geborgenheid en veiligheid te geven. Ik ben de God die in staat is om je alles te geven wat je nodig hebt. U heeft misschien dorst. U heeft op allerlei manieren geprobeerd die dorst te lessen. U bent naar de kerk gegaan misschien. U heeft misschien zelfs heel veel in de bijbel gelezen. Misschien heeft u het op andere manieren geprobeerd.
Jezus Christus zegt tegen u: Alleen Ik kan je diepste dorst in je leven lessen.
Liefdevolle Vader, we komen zo samen bij U. Heer, ik kom bij U met al die mensen die net als ik zo lang gezocht hebben naar iets wat echte vervulling in hun leven zou geven. Heer, ik kom bij U met al die mensen die hun dorst proberen te lessen op allerlei manieren. Ik bid U op dit moment, dat U mensen de moed geeft - want er is soms moed voor nodig - om te erkennen dat ze een God nodig hebben, dat ze iets nodig hebben buiten henzelf om te erkennen dat ze niet in staat zijn om zelf die dorst te stillen. Heer, ik bid U, dat mensen de moed zullen hebben op dit moment om neer te buigen, om neer te knielen en om het uit te roepen naar een God die zegt: Ik ben God Almachtig, Ik ben El Shaddai. Ik ben de God die in elke nood in jou leven kan voorzien. Geef je over aan mij. Dat zijn de woorden van Jezus op dit moment voor uw leven. In Jezus naam, amen.

